Vennootschapsbelasting: tarieven

Overzicht van de tarieven in de vennootschapsbelasting, inclusief het verlaagd tarief en de voorwaarden die daarvoor moeten vervuld zijn.

 

Bron: art. 215 en 463 bis WIB 92

Algemene tarieven

Gewoon tarief

25%

Verlaagd tarief

Eerste schijf van € 100.000: 20%

Vanaf € 100.000: 25%

Voorwaarden verlaagd tarief:

  1. De vennootschap moet klein zijn in de zin van art. 1:24 WVV.
  2. De vennootschap mag geen financiële vennootschap zijn.
  3. De aandelen van de vennootschap moeten voor meer dan de helft in het bezit zijn van natuurlijke (fysieke) personen.
  4. De vennootschap moet aan ten minste één bedrijfsleider (zaakvoerder/bestuurder-natuurlijke persoon) een minimale bezoldiging van € 51.000 (aj. 2027)  (en voortaan jaarlijks te indexeren) uitkeren en ten laste leggen van het resultaat (art. 76 e.v. Wet tot hervorming van de personenbelasting van 15.07.2026, BS 29.07.2026) (1)(2). Tot en met aj. 2026 bedroeg de minimale bezoldiging € 45.000.
  5. Het forfaitaire VAA mag niet meer dan 20% uitmaken van de totale bedrijfsleidersbezoldigingen (3).

 

(1) Als het belastbaar inkomen van de vennootschap lager is dan de minimale bezoldiging, dan moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan dat belastbaar inkomen om het verlaagde tarief te genieten. 
(2) Voor startende kmo-vennootschappen moet deze voorwaarde gedurende de eerste vier belastbare tijdperken vanaf de oprichting niet voldaan zijn.

(3) Sinds 1 januari 2026 extra voorwaarde naar aanleiding van het federaal begrotingsakkoord 2025-2029 (art. 76 Wet tot hervorming van de personenbelasting van 15.07.2026, BS 29.07.2026).

Specifieke tarieven

Omschrijving

Percentage

Bijzondere aanslag voor niet-verantwoorde uitgaven en VAA (art. 219 WIB)

100% of 50%

Liquidatiereserve (art. 219quater WIB)

10%

Bedragen belast bij een fusie, een splitsting of een gelijkgestelde verrichting of bij de erkenning door de FSMA (exitheffing) (art. 217, lid 1, 1° WIB)

15%